DEUTSCH ENGLISH NETHERLANDS
 
     
HOME DE PLAATS OVERNACHTINGEN GASTRONOMIE WIJNBOER VRIJE TIJD CALMONT INFO GOLF
animation •DE PLAATS    •GESCHIEDENIS    •KERKEN & KLOOSTER    •KAART EDIGER-ELLER    •ROMEINSE TIJD    •MYSTIEK
•GALERIE-EDIGER    •GALERIE-ELLER
   
GESCHIEDENES  

De oude stad Ediger
De sporen van vroege menselijke vestiging in het Moezelvallei vindt men al ver in het verleden,  zoals archeologische vondsten uit de steentijd aantonen.
De eerste ontwijfelachtige proeven voor civilisatie in Ediger-Eller zijn echter van keltische oorsprong. Nog vandag zijn de ruïnen van een gallische Fliehburg
(versterkte vluchtplaats) op de Hochkessel te bezichtigen.

Ook de namen van de toen nog gescheiden plaatsen wijzen op een keltische afstamming. „Ediger“ is afkomstig van het begrip „ethegreia“, wat zoveel als „oever met zand“ betekent. „Eller“ ertegen is op de oude benaming voor elzenbomen terug te voeren; vrij vertaalt betekent Eller dus
”Els-dorp“.

Toen de romeinse legioenen in het 2e en 3e eeuw na Christus op gallo-germaanse gebied doordrongen, verdreven zij met hun ver ontwikkelde infrastructuur en oorlogvoering de keltische oerbewoners.

Een begraafplaats bij Neef, de ruïnen van een garnizoensstelling boven de Calmont-heuvelrug, zoals vondsten van kleischerven, die uit een romeinse manufactuur bij Trier stammen, bewijzen de toenmalige aanwezigheid van het grote veroveraarsvolk in Ediger-Eller.

Met grote waarschijnlijkheid waren het ook de Romeinen, die de traditie van het wijnaanbouw aan de Moezel hebben gesticht.

Voor de eerste keer in de oorkonden gedocumenteerd werden de beiden plaatsen in het jaar 639 n. Chr.. De bewaarde documenten wijzen op een status als koninklijke dorp onder de koning van de Franken Dagobert I , die uit het beroemde geslacht van de Merovingers stamde.

Eller, toen de grotere van de beide plaatsen, kwam al vroeg tot een zekere belangstelling. Tijdens de vroege uitbreiding van het christendom was Eller in de tijd van de Merovingers zetel van een klooster, dat aan de heilige Fridolijn was gewijd. In de middeleeuwen streefden de kerk en alle belangrijke adellijke geslachten naar wijnberg-bezittingen aan de Moezel.

De ”Ellerer Hofhuizen“ van Pyrmont en Kurtrier getuigen nog vandag van het toenmalige belang van de koninklijke hof. In de 12e eeuw begon het voordien kleinere Ediger uit de schaduw van Eller ten voorschijn te komen. Karel IV verleende de gemeente de stadrechten en daarmee de vergunning tot oprichten van fortificaties, het recht een markt te organiseren en een eigen jurisdictie.

 

Oude Foto
De resten van de toenmalige stadsmuur zijn nog vandaag rond het centruum van Ediger te bewonderen. Weliswaar werd de laatste stap tot verlening van het eigenlijke stad-status nooit gerealiseerd en Ediger behield verder zijn status als dorp.

Nietdestemin kwam Ediger in het verloop van de middeleeuwen tot enige reputatie en rijkdom. Vele goed bewaarde vakwerkhuizen in het centruum en de prachtige gotische Glokkentoren van St. Martinus getuigen van het toenmalige bloei van het wijnboerdorp.
In het oudste, compleet behouden gebouw van Ediger, een oude Gutshof uit de 15e eeuw , vond men zelfs een inscriptie, die naar een voormalige bezit van Tempelridders verwijst.

In de loop van de volgende tijd brachten echter de oorlogwirren van de 17e eeuw veel pijn en verwoesting over de twee gemeenten. De bevolking verarmde en de wijnboerambacht, welke vroeger rijkdom en welstand garandeerde, kwam bijna tot stilstand. Pas het afschaffen van het feodale systeem aan het begin van de 19e eeuw leverde langzaam maar zeker een nieuwe opbloei op. De wijnboeren werden onafhankelijk van hun feodale heren en hadden de mogelijkheid, de voormalig van kerken, kloosters of adellijke families bestuurden wijnbergen op veilingen te kopen .



Monument op de
Kaiser-Wilhelm-Tunnel
Duidelijke verbeteringen van het verkeerssyteem, die met de oprichting van de Moezelstraat 1853 en de aanbinding van Eller aan de spoorwegen in het jaar 1879 begonnen, leverden hun bijdrage, om de wijnhandel aan de Moezel opnieuw te stimuleren.
De 4205 m lange Kaiser-Wilhelm-Tunnel, waardoor de verbinding tussen Cochem en Eller om 20 km wordt vermindert, gold lange tijd als de langste spoorwegtunnel van Duitsland.

Ediger-Eller beleefde in de 19e eeuw enkele jaren onder Franse bezetting. In die tijd staan de twee gemeenten voor het eerst als dubbelstad genoteerd.
Op gastronomisch vlak vindt men aan de Moezel vandaag nog reminiscenties aan de Franse eetcultuur.

Tijdens de Weimarrepubliek leverde de SPD-afgevaardigde Dr. Eduard Heinrich Rudolph David uit Ediger een wezenlijke bijdrage ertoe, dat de kleuren zwaart, rood en gold ook in de vlag van het huidige Duitsland ”Einigkeit, Recht und Freiheit“ van onze land representeren.

In het jaar 1969 werd de status van Ediger-Eller als dubbelstad definitief vastgelegd. Tot vandaag leeft de gemeente ervan de internationale gasten met de kostelijke gaven van de wijnbergen, die volkomen terecht ver over de grensen van de Moezelregio bekend en beroemd zijn geworden, te onthalen.